Showing posts with label De Lelie. Show all posts
Showing posts with label De Lelie. Show all posts

Saturday, May 19, 2018

Letter from great-great grandmother Joanna (March 31st, 1918)


On the last day of Women's History Month, I want to share a letter written by my great-great grandmother, Joanna De Lelie, from a German prisoner camp, today exactly a hundred years ago...

In 1918, the 31st of March was Easter Sunday. Earlier that year, President Woodrow Wilson had given a speech before Congress, outlining fourteen points to be used for peace negotiations. As the 7th point he stated:  "Belgium, the whole world will agree, must be evacuated and restored, without any attempt to limit the sovereignty which she enjoys in common with all other free nations. No other single act will serve as this will serve to restore confidence among the nations in the laws which they have themselves set and determined for the government of their relations with one another. Without this healing act the whole structure and validity of international law is forever impaired".

This fourteen Points speech was partly inspired on a note written by Pope Benedict in August 1917.  In the book "The Modern Papacy, 1798 - 1995" by Frank Coppa is stated that the New York Times reported that, in his Easter message to the United States of May 1918, Pope Benedict expressed the hope for a lasting settlement and the creation of a new organization of peoples and nations aspiring to be a nobler, purer and kinder civilization.

This desire for peace lived very strongly amongst the Belgian population. Newspapers dedicated many articles to praising peace. Also in the letters written by great-great grandmother Joanna, this hope and desire very clearly surfaces. 


Great-great grandmother Joanna De Lelie


She was arrested as she had been smuggling mail for the Belgian army and, after detention in an Antwerp prison, was deported to a German prisoner camp. The family, and particularly Joanna's sisters, took over the care over her three children.




31 - 3 - 1918



My dearest children, father and sisters and family, I am still in the best of health and hope for you all the same as I'm trying to stay brave and patient. I do think a lot about my children. Now it is Easter and then the first communion of my dear little son. It is sad, but they are being well taken care of by our Josephine. Father, do they sometimes ask about me? I think they do. And sisters, I have received two packages in total, from the city and from the Red Cross, but I do receive only little news from all of you. I have so many sisters and family, and you all have my adress, right? Not that they have to send anything other than courage and patience. The last day will come and then we will celebrate a wonderful Easter. So father, take good care of your health and my sisters and children too en my greetings to Netje and Mother Vin.



The day of freedom is near.

Your daughter, Netje



*
*    *



Op de laatste dag van Women's History Month had ik een brief willen delen die mijn over-overgrootmoeder, Joanna De Lelie schreef vanuit een Duits gevangenenkamp, vandaag exact honderd jaar geleden...

Op 31 maart 1918 was het Pasen. Eerder dat jaar had President Woodrow Wilson in een toespraak voor het Congres, veertien punten aangehaald die konden worden gebruikt als basis voor vredesonderhandelingen. Als 7de punt stelde hij: "De hele wereld zal ermee instemmen, dat België moet worden ontruimd en heropgebouwd, zonder enige poging om haar soevereiniteit te beperken die het zoals alle andere vrije naties geniet. Geen enkele andere handeling zal dienen, zoals dit zou dienen, om het vertrouwen van de naties te herstellen in de wetten die ze voor zichzelf hebben vooropgesteld en bepaald voor het onderhouden van hun onderlinge relaties. Zonder deze helende handeling, is de hele structuur en geldigheid van internationaal recht, voorgoed aangetast".


Deze veertien punten toespraak was deels gebaseerd op een brief van Paus Benedictus van augustus 1917. In het boek "The Modern Papacy, 1798 - 1995" van Frank Coppa wordt gesteld dat The New York Times schreef dat Paus Benedictus in zijn Paasboodschap van mei 1918 aan de Verenigde Staten zijn hoop uitdrukte op een blijvende schikking en de creatie van een nieuwe organisatie van volken en naties "die nastreven een meer nobele, een meer pure en een meer vredelievende beschaving te zijn".

Dit verlangen naar vrede leefde bijzonder sterk bij de Belgische bevolking. In kranten werden veel artikels besteed aan lofzangen voor vrede. Ook in de brieven van betovergrootmoeder Joanna, komt deze hoop, dit verlangen steeds weer overduidelijk naar boven. 


Betovergrootmoeder Joanna De Lelie

Zij werd gearresteerd omwille van brievensmokkel voor het Belgische leger en na een tijd opsluiting in de gevangenis van Antwerpen, weggevoerd naar een Duits gevangenenkamp. De zorg voor haar drie kinderen nam de familie op zich; voornamelijk de zussen van Joanna.




31 - 3 - 1918

Allerliefste kinderen, vader en zusters en familie, ik ben nog altijd in de beste gezondheid en hoop van u allen het zelfde zoals ik moedig en geduldig tracht te blijven. Ik denk wel veel aan mijn kinderen. Nu is het Pasen en dan de eerste communie van mijn lief zoontje. Het is wel droevig, maar ze worden goed verzorgd door ons Josephine. Vader, vragen ze soms naar mij? Ik denk van wel. En zusters, ik heb nu in totaal twee pakjes ontvangen van het stad en van het Rode Kruis, maar ik krijg weinig nieuws van u allen. Ik heb zo veel zusters en familie, en jullie hebben toch allemaal mijn adres? Niet dat zij iets moeten zenden, enkel moed en geduld. De laatste dag zal komen en dan zullen wij een zalige Pasen vieren. Dus vader, zorg goed voor uw gezondheid en mijn zusters en kinderen ook en veel beste wensen aan Netje en aan Moeder Vin.
Den dag van vrijheid is nabij.
Uw dochter, Netje

Monday, February 13, 2017

The hospital wedding (1875)

I already mentioned in another blog post that great grand uncle Joseph Brusten got married in 1903 on his death bed, in a hospital. Tragically he already died that very same day. Now Joseph was not the only family member to get married in the hospital. In fact, also my 3-times great-grandparents Josephus De Lelie and Joanna Gelens got married in an Antwerp hospital, as early as 1875.

Josephus, who was a coachman by trade, and Joanna had a son, Petrus, who was born in 1873. While Petrus was born out of wedlock, he did get his father's last name at birth.

In January 1875, when Petrus was only a year and four months old, his dad got very sick. Josephus was now a cigar maker by trade, while Joanna was a seamstress. Two doctors diagnosed him with Phtisis, which is a form of tuberculosis. Due to the life threathening condition he was in, the Senior Crown prosecutor granted permission for Josephus and Joanna to get married and waived the publication requirement.

The picture bellow shows the medical attestation made by doctors Bessems and Schaeffer stating that Josephus was in a life threathening situation and that he was being treated for Phtisis.


Medical attestation by Dr. J. Bessems and Dr. M. Schaeffer


Josephus and Joanna did get married in the hospital with several family members attending. The marriage was conducted by politician and town councillor, Arthur Van Den Nest, who later founded an institute aimed at treating and figthing tuberculosis.


Marriage certificate of Josephus and Joanna


Josephus did survive his illness and he and his wife eventually had eight children together. Most of them grew into adulthood, however, one daughter, Charlotta, only lived to become two years of age and passed away in 1880.

Eventually Josephus lived to become seventy years old. He died during the Great War, in February 1918. His wife, Joanna, had passed away in January 1893 already at the age of 41.



*
*     *




Ik vermelde reeds in een eerder blogbericht dat overgrootnonkel Joseph Brusten in 1903 huwde op zijn sterfbed, in een ziekenhuis. Tragisch genoeg overleed hij nog op zijn huwelijksdag. Joseph was echter niet het enige familielid dat huwde in het ziekenhuis. In feite trouwden ook mijn over-over-overgrootouders Josephus De Lelie en Joanna Gelens in een Antwerps ziekenhuis in 1875.

Josephus, die koetsier was van beroep, en Joanna hadden een zoon, Petrus, die was geboren in 1873. Hoewel zijn ouders nog niet getrouwd waren kreeg Petrus bij zijn geboorte toch al de familienaam van zijn vader mee.

In januari 1875, wanneer Petrus nog maar een jaar en vier maanden oud was, werd zijn vader erg ziek. Josephus was nu een sigarenmaker van beroep, terwijl Joanna naaister was. Twee dokters stelden vast dat Josephus aan Phtisis leed, wat een vorm van tuberculose is. Door de levensbedreigende situatie gaf de Procureur des Konings toestemming om te trouwen zonder aanplakkingsplicht.

De afbeelding hier onder toont het medisch attest opgesteld door dokters Bessems en Schaeffer waarin de levensbedreigende situatie wordt vermeld.


Medisch attest door Dr. J. Bessems en Dr. M. Schaeffer


Josephus en Joanna huwden in het ziekenhuis in het bijzijn van verscheidene familieleden. het huwelijk werd voltrokken door politieker en schepen, Arthur Van Den Nest, die later een instituut oprichtte ter behandeling en bestrijding van tuberculose.


Huwelijksakte van Josephus en Joanna


Josephus overleefde zijn ziekte en hij en zijn vrouw kregen uiteindelijk acht kinderen. De meeste van die kinderen werden ook volwassen, behalve één dochter, Charlotta, die reeds op tweejarige leeftijd overleed in 1880.

Uiteindelijk werd Josephus zeventig jaar oud. Hij overleed tijdens de Grote Oorlog, in februari 1918. Zijn vrouw, Joanna, was reeds gestorven in januari 1893 op de leeftijd van 41 jaar.

Monday, March 14, 2016

Joanna Verelst



This is the picture of my great-great-grandmother, Joanna Verelst. She was born, this month, 135 years ago, in March 1881 to Josephus and Joanna De Lelie in Antwerp, Belgium. She was one of several children in the family and was particularly close to her two older sisters Angelina and Josephina who were five and two years older than her.

A few months before her 12th birthday, Joanna's mother died an untimely death, leaving the father, Josephus, with the care of his seven children. Josephus first worked as a coachman for a number of years and later in life started working as a cigar maker.

In 1902, Joanna got married to Henri Verelst. They got three boys and a girl, however, the firstborn son died already before reaching the age of three.

During the Great War, in May 1917, Joanna, who was 36 at the time, was arrested for providing assistance to the Belgian Army as she was accused of smuggling mail for the Army. Although there was also a warrant out for the arrest of her husband, he managed to hide himself. While Joanna was imprisoned in Antwerp, her three children were being looked after by her sisters.  Henri had to close the inn he and his wife were running and had to stay hidden to avoid being imprisoned too.

After being held for almost half a year in an Antwerp jail cell, Joanna was taken to a prisoner camp in Germany, even further away from her children and family. She had been found guilty and was sentenced to three years of imprisonment. She had to conduct forced labour on the lands of different farms, some requiring a long march to get there.

During her days as a prisoner, she did continue to write letters to her children, her sisters and her father, who died in February 1918 after months of illness, while Joanna was still imprisoned. It wasn't until a few months after he had died, that she received the news of his passing. She was deeply sadened by the fact that her father hadn't lived to see the day when she was coming back home. About his death, she wrote in a letter:"I have heard about the tragic loss of grandfather. This has sadened me deeply. (...) Why didn't you tell me about this? You shouldn't have kept that from me. Can you imagine how sad it would have been if I had come home and asked about him? What would you have told me then? That would have been even more sad..."

From all the letters Joanna wrote to her family, it is clear that she truely loved them deeply and was heartbroken from the fact that she was separated from them for so long. She wrote about how she cried tears of joy when she received a picture from one of her sons, and about how she managed to keep going each day by thinking of the day she would be joined again with her loved ones.

At the end of the Great War, Joanna was released and traveled back to her children and husband. She only lived for ten more years and died at the age of 47, in 1928. Her husband, Henri, died in 1953, at the age of 77.



Dit is een foto van mijn betovergrootmoeder, Joanna Verelst. Deze maand is het 135 jaar geleden dat ze werd geboren, in maart 1881 in Antwerpen. Haar ouders waren Josephus en Joanna De Lelie. Ze was één van vele kinderen in het gezin en was bijzonder hecht met haar twee oudere zussen Angelina en Josephina die vijf en twee jaar ouder waren dan haar.

Enkele maanden voor haar twaalfde verjaardag overleed Jaoanna's moeder vroegtijdig, waardoor vader Josephus alleen voor de zeven kinderen moest zorgen. Josephus werkte eerst als koetsier en later als sigarenmaker.

In 1902 huwde Joanna met Henri Verelst. Zij kregen drie zonen en een dochter. De eerstgeboren zoon overleed echter nog voor hij de leeftijd van drie had bereikt.

Tijdens de Grote Oorlog, in mei 1917, werd Joanna gearresteerd voor het verlenen van hulp aan het Belgisch leger. Zij werd er immers van verdacht post te hebben gesmokkeld voor het leger. Hoewel er ook het bevel was om haar echtgenoot te arresteren, sloeg die er tijdig in zich te verstoppen. Terwijl Joanna opgesloten was in de gevangenis van Antwerpen, zorgden haar zussen voor de drie kinderen.  Henri moest noodgedwongen de herberg sluiten die hij met zijn echtgenote uitbaatte en diende ondergedoken te blijven teneinde te verhinderen dat ook hij werd gevangen genomen.

Nadat ze ongeveer een half jaar had doorgebracht in de gevangenis, werd Joanna naar een strafkamp in Duitsland gevoerd, nog verder weg van haar kinderen en familie. Ze was veroordeeld tot drie jaar opsluiting. Ze moest dwangarbeid beoefenen op het land van boerderijen in de wijde omgeving, waarvan er sommigen op lange stapafstand gelegen waren .

Gedurende haar dagen als gevangene, bleef Joanna brieven schrijven naar haar kinderen, haar zussen en haar vader, die overleed in februari 1918 na maanden van ziekte, terwijl Joanna nog steeds was opgesloten. Het was pas enkele maanden na zijn overlijden dat zij het nieuws van zijn heengaan vernam. Ze was diep aangeslagen door het feit dat haar vader haar niet meer thuis had zien komen. Over zijn dood schreef ze in een brief:"Ik heb het droevige nieuws vernomen van het overlijden van Grootvader. Dit heeft me diep geraakt. (...) Waarom hebben jullie niets gezegd? Dat hadden jullie niet moeten doen. Wat zou je hebben gezegd als ik thuis was gekomen en naar hem zou hebben gevraagd? Dat zou nog veel droeviger zijn geweest..."

Uit alle brieven die Joanna schreef blijkt duidelijk de liefde die ze had voor haar gezin en dat het gescheiden zijn van haar geliefden hartverscheurend voor haar was. Ze schreef hoe ze tranen van vreugde huilde wanneer ze een foto van één van haar zonen ontving, en hoe ze elke dag sterkte putte uit de gedachte dat ze op een dag terug verenigd zou worden met haar geliefden.

Aan het einde van de Grote Oorlog werd Joanna vrijgelaten en kon ze eindelijk huiswaarts keren. Ze leefde nog amper tien jaar langer en overleed vroegtijdig op de leeftijd van 47, in 1928. Haar echtgenoot, Henri, overleed in 1953, op de leeftijd van 77 jaar.