Showing posts with label Great War. Show all posts
Showing posts with label Great War. Show all posts

Sunday, December 29, 2019

Refugees (1914)


Before the year is over, I would like to post one more family history blog. One important reason is because, after I learned that our best known family historian, August Van Minnebruggen passed away last year, I had promised to write another blog post on the history of the Van Minnebruggen family. August himself was a retired history teacher and had conducted very elaborate research on the origins of the Van Minnebruggen family name. In order to share his findings with the entire family, he wrote a big book about it in 1997 and printed enough copies for every branch of the Van Minnebruggen family to have one in their possession.

August and me were definitely not closely related. In fact, you'd have to travel back many generations before reaching our common ancestors. Either way, I paid him a visit about thirteen years ago and that was in fact the only time we ever met. He was so passionate about history in general and knew so many stories about the family and the area where they had lived... When I told him I was a genealogist, just like him, he corrected me: "I'm a historian, but not a genealogist". I've been calling myself a family historian ever since, trying to connect facts, stories, historical background and pictures in the right context to bring the history of our family to life. I've always been incredibly thankful for all the work that has been done by August in mapping our family tree and citing all the sources. At the same time, August left me with quite the challenge to find information which was not already uncovered and included in his book.

The first time I managed to find some new information, I wrote a blog post about it. That was actually the very first blog post I wrote in this blog, which was about soldier Arthur Van Minnebruggen who died in the Great War on September 12, 1914. What I didn't notice before is that, in his book, August wrote a word of thanks to Louisa Van Minnebruggen, who was in fact the sister of Arthur, since Louisa had helped August quite a bit in gathering information about the Van Minnebruggen family... So, as a tribute to August, but also to Louisa and Arthur, I will turn back to 1914 and share some newly uncovered facts...

After Arthur died on September 12, 1914, German troops continued to advance south through Belgium in execution of the Schlieffen Plan for further invasion of Belgium and, ultimately of France. The Belgian Army, however, conducted a third sortie from Antwerp to attack German troops at the very end of September 1914, after which the German army initiated an attack against the Belgian city of Antwerp.

On the night of October 7th, very heavy bombardments on the city were started. There was absolute chaos in the burning city as thousands of people were trying to flee and there were fires everywhere. On October 9th, 1914, Antwerp Mayor Jan De Vos signed the Convention of Kontich by which Antwerp was surrendered.


Message from the German army to the Belgian population:
Citizens will not be harmed and property will be respected, but if there is opposition,
your beautiful city might be destroyed...

On October 9th, 1914, Louisa Van Minnebruggen, 22 years old at the time, was living with her parents Louis Van Minnebruggen and Rosalia Nagels and her youngest brother, Jules (who had turned eighteen just two months earlier) in the village of Berchem bordering the city of Antwerp on the south side. The very heavy bombardments on Antwerp were the reason for thousands of people to flee north, out of Antwerp, to the Netherlands, since the Netherlands had kept neutrality and had not been invaded by German troops.

Also Louis and Rosalia packed some of their belongings and fled with their family to the Dutch city of Tilburg, along with thousands of other Belgian citizens. The record I found in the Tilburg city archives not only lists their names, but also shows the name of a lady named Francisca Nagels. After I looked up the birth records of both Rosalia Nagels and Francisca Nagels, I was able to confirm that they were in fact sisters, since both their birth records list the names of their parents as Josephus Nagels and Maria Theresia Laumans.

Also listed on the record I found in the Tilburg city archives, are the names of Theophiel Goyvaerts, who was Francisca's husband, as well as the names of her sons, René and Laurent Goyvaerts.

Registry of temporary residents

While the city of Tilburg was totally overwhelmed with train after train of Belgian refugees arriving, the local population took these refugees into their homes and gave them food and clothes.

Many Belgians returned to Belgium already within a matter of days, one reason being that local authorities in the Netherlands very quickly stopped any financial support for Dutch families that were providing housing to Belgian refugees.

Already on October 16, 1914, the mayor of Tilburg issued a statement urging Belgian refugees to return to (occupied) Belgium "now that a return was possible".


Statement by the mayor Tilburg, urging Belgian refugees to return to Belgium

I don't know when, but also Louis and Rosalia returned to Belgium with their two children, Louisa and Jules. Regrettably, Louis Van Minnebruggen didn't live to see the end of the Great War since he died on May 15, 1917 at the age of 53.

A small announcement was published in the newspaper mentioning both the death of Louis Van Minnebruggen and that of his son, Arthur Van Minnebruggen. The announcement also mentions that the information about the death of Louis was provided by René Govaerts - this is very likely René Goyvaerts, son of Francisca Nagels.

Death announcement for both Louis and Arthur

During the Great War, tens of thousands of people fled from Belgium, to other countries such as the Netherlands, France, England or even the United States of America. Among those refugees, were many of my relatives, to name a few:
Maurice Van Bladel - fled to Rotterdam, Netherlands;
Marieke Brusten - fled to the Netherlands with her two sons;
Maria Victoria Hendrickx - fled to Rouen, France;
Maria Broeckx - fled to New York City in the United States; 
- my great-great grandparents Henri Brusten and Maria Jonckers fled to England with their family...

I will close this post by saying thank you to any nation, past and present, allowing civilians to find refuge, when their life is turned upside down.





*

*          *






Voordat het jaar voorbij is, zou ik graag nog één post publiceren. Eén van de redenen daarvoor is dat ik vorig jaar, na het overlijden van onze bekendste familiehistoricus, August Van Minnebruggen, heb beloofd om nog eens een blogbericht over de familie Van Minnebruggen te schrijven. August was zelf een gepensioneerde leerkracht geschiedenis en had heel uitgebreide opzoekingen uitgevoerd om de oorsprong van de Van Minnebruggen naam te onderzoeken. Teneinde zijn bevindingen te delen met de ganse familie, schreef hij een dik boek in 1997 en liet daarvan voldoende kopieën maken zodat elke tak van de familie Van Minnebruggen over een exemplaar kon beschikken.

August en ik waren absoluut geen nauwe verwanten. In feite moet je best wel wat generaties teruggaan in de tijd om onze gezamenmlijke voorouders te vinden. Desalniettemin bracht ik hem ongeveer dertien jaar geleden een heel kort bezoekje en dat was in feite ook de enige keer dat we elkander hebben ontmoet. Hij was enorm gepassioneerd over geschiedenis in het algemeen en kende  veel verhalen over de familie en de streek waar zij hadden gewoond... Wanneer ik hem zei dat ik, net als hem een genealoog was, corrigeerde hij me: "Ik ben een historicus, maar geen genealoog".

Sindsdien noem ik mezelf steevast een familiehistoricus die probeert feiten, verhalen, historische achtergrond en foto's in de juiste context te brengen om zo de geschiedenis van onze familie tot leven te brengen. Ik ben altijd enorm dankbaar geweest voor al het werk dat August heeft verricht om onze stamboom in kaart te brengen en daarbij altijd de geraadpleegde bronnen te citeren. Tegelijkertijd heeft August wel een grote uitdaging gelaten om nog informatie te vinden die al niet in zijn boek is opgenomen.

De eerste keer dat ik erin geslaagd was nieuwe informatie te vinden, heb ik er een kort blogbericht over geschreven. In feite was dat het allereerste bericht dat ik in deze blog heb gepubliceerd en dat ging over soldaat Arthur Van Minnebruggen die overleed in de Grote Oorlog op 12 september 1914.

Wat ik nog niet eerder had opgemerkt, was dat August in zijn boek een dankwoord richtte aan Louisa Van Minnebruggen, die in feite de zus was van Arthur, omdat Louisa had geholpen bij het verzamelen van heel wat informatie over de familie Van Minnebruggen... Daarom, als eerbetoon aan August, maar ook aan Louisa en Arthur, keer ik nog eens terug naar 1914 om nog eens niet eerder gepubliceerde informatie over enkele familieleden te delen...

Na het overlijden van Arthur, op 12 september 1914 tijdens de tweede uitval uit Antwerpen, bleef het Duitse leger verder naar het zuiden trekken, ten uitvoer van het Schlieffen Plan, voor de verdere invasie van België en, vervolgens, van Frankrijk. Het Belgisch leger voerde echter nog een derde uitval uit vanuit Antwerpen op het einde van de maand september, waarna de Duitse troepen een aanval inzetten op de stad Antwerpen.

In de nacht van 7 oktober werden bijzonder zware bombardementen op de stad uitgevoerd. Er heerste absolute chaos in de brandende stad vermits duizenden mensen op de vlucht trachtten te slaan en er overal branden heersten. Op 9 oktober 1914 ondertekende de Antwerpse burgemeester Jan De Vos met de Conventie van Kontich de overgave van Antwerpen.


Bericht van het Duitse leger aan de inwoners van Antwerpen

Op 9 oktober 1914, woonde Louisa Van Minnebruggen, die 22 jaar oud was, bij haar ouders Louis Van Minnebruggen and Rosalia Nagels, samen met jaar jongste broer, Jules, die net twee maanden geleden achttien jaar was geworden. Het gezin woonde in het dorp Berchem dat aan het zuiden van de stad Antwerpen grenst. De bijzonder zware bombardementen op Antwerpen waren de reden dat duizenden bewoners naar het noorden vluchtten, richting het neutrale Nederland, waar het Duitse leger niet was binnengevallen.

Ook Louis en Rosalia pakten wat spullen bij elkaar en vluchtten met hun gezin naar het Nederlandse Tilburg, samen met duizenden andere Belgische burgers. Het archiefdocument dat ik heb gevonden in het Tilburgs stadsarchief toont niet enkel hun namen, maar toont ook de naam van een dame die Francisca Nagels noemde. Nadat ik de geboorteakten van zowel Rosalia Nagels als van Francisca Nagels heb opgezocht, kan ik bevestigen dat zij inderdaad zussen waren, omdat hun beider geboorteakten de namen van Josephus Nagels en Maria Theresia Laumans vermelden als ouders.

Ook op dit archiefstuk staan de namen van Theophiel Goyvaerts, die de echtgenoot was van Francisca, en van haar twee zonen, René en Laurent Goyvaerts.

Registratie van tijdelijke bewoners

Terwijl de stad Tilburg compleet werd overrompeld door stroom aan treinen met Belgische vluchtelingen, vingen de lokale bewoners deze vluchtelingen op in hun huizen en bezorgden hen voedsel en kledij.

Veel Belgen keerden reeds na enkele dagen terug naar België. Eén reden daarvan was dat lokale authoriteiten zeer snel stopten met het verschaffen van enige financiële bijstand aan mensen die huisvesting verschaften aan Belgische vluchtelingen.

Reeds op 16 oktober 1914 publiceerde de burgemeester van Tilburg een verzoek om de Belgische vluchtelingen ertoe aan te zetten huiswaarts te keren naar (het bezette) België, "nu terugkeer mogelijk is".


Verzoek van de burgemeester van Tilburg, om Belgische vluchtelingen aan te sporen huiswaarts te keren

Ik weet niet precies wanneer, maar ook Louis en Rosalia keerden terug naar België met hun twee kinderen, Louisa en Jules. Jammer genoeg leefde Louis Van Minnebruggen niet lang genoeg om het einde van de Grote Oorlog mee te maken, vermits hij overleed op 15 mei 1917 op de leeftijd van 53 jaar.

Er werd slechts een korte mededeling in de krant gepubliceerd waarin zowel het overlijden van Louis Van Minnebruggen als dat van zijn zoon, Arthur Van Minnebruggen, werd aangekondigd. De informatie omtrent het overlijden van Louis zou zijn aangeleverd door René Govaerts - allicht is dit René Goyvaerts, de zoon van Francisca Nagels.

Overlijdensbericht voor zowel Louis als Arthur

Tijdens de Grote Oorlog vluchtten tienduizenden mensen weg uit België naar andere landen zoals Nederland, Frankrijk, Engeland of zelfs de Verenigde Staten van Amerika. Onder deze vluchtelingen waren veel familieleden, om er maar enkele te noemen:
Maurice Van Bladel - gevlucht naar Rotterdam, Nederland;
Marieke Brusten - gevlucht naar Nederland met haar twee zonen;
Maria Victoria Hendrickx - gevlucht naar Rouen, Frankrijk;
Maria Broeckx - gevlucht naar New York City in de Verenigde Staten van Amerika; 
- mijn over-overgrootouders Henri Brusten en Maria Jonckers - gevlucht naar England met hun gezin

Ik sluit dit blogbericht af met een woord van dank aan gelijk welke natie die onderdak (heeft) verschaft aan elke vluchteling waarvan het leven ondersteboven is gekeerd.

Saturday, November 10, 2018

Remembering Warrant Officer J. Hennebicq - Part 2


Today, November 11, we commemorate the hundredth anniversary of the ending of the Great War in Belgium. Two years ago I posted on November 11, 2016 a blog post about great-great grand uncle Joseph Hennebicq. In that year it was 100 years ago that Joseph passed away from injuries sustained at the front line. Joseph was burried in Bourbourg, France, where his grave can still be found today.
 
On Friday July 28, 1916 the following article was published in the Flemish newspaper "Het Vlaamsche Nieuws":
 
"Yesterday July 27 1916 a commemorative service was held in honor of Mr. Joseph Hennebicq, warrant officer with the fortress militia, Knight in the Order of Leopold, killed on the field of honor, in France, in the month of February 1916.
 
The small church was completely full. Apart from many relatives, the service was attended by several authorities such as the Governor of the province, Mr. Leclef and Mr. Ryckmans, senators, Mr. Henderickx, representative, Mr. Cleyhens, pastor dean of the O.-L.Vrouwkerk; Mr. De Winter, Chairman of the Court, Mr. Heimburger and Mr. Coeckx, generals; Mr. De Smet, commissary of the police of the 4th district; Mr. Deronge, adjunkt-overseer of the 4th district.
 
Mr. Joseph Hennebicq, 33 years of age, was married and leaves behind two children. Het was a police officer - clerk of the 4th district and was known for being very alert, active and a competent clerk who was at the beginning of a beautiful career. He is mourned by his superiors and his colleagues. Mr. Senator Leclef, who apologized for the absence of mayor De Vos, held a speech that moved all who were present".
 
Also in another newspaper "L'Echo Belge", which was published in Amsterdam, a similar article appeared in French on Friday, August 11, 1916:
 
"On vient de célébrer en l'église de Sainte-Walburge un service solennel à la mémoire de M. Joseph Hennebicq, adjudant sous-officier de l'artillerie de siège, chevalier de l'ordre de Léopold, tombé au champ d'honneur. L'église était bondée. Parmi les assistants, toutes les autorités civiles, le gouverneur de la province en tête, les sénateurs et représentants que se trouvent à Anvers, le président du tribunal de première instance, les hauts dignitaires retraités de l'armée belge, les hauts fonctionnaires de la police, etc., etc.

M. Hennebicq, qui est mort âgé de 33 ans, était marié et laisse deux enfants. Il était avant la guerre agent de police de la 4e section et l'un des membres les plus estimés et les plus capables du corps; il avait devant lui une belle carrière.

M. le sénateur Leclef, en l'absence de M. le bourgmestre, empêché d'assister à la cérémonie par son devoir de magistrat, a prononcé un discours qui a vivement ému l'assistance".

Amongst the attendees were many important politicians such as senator Ryckmans who, together with Antwerp mayor De Vos, had signed the Convention of Contich, surrendering Antwerp. Antwerp Governor Baron van de Werve de Schilde and Senator Le Clef were arrested in 1914 by the Germans and dismissed from office. In 1911, Generaal Heimburger was Military Governor of Liège.

Monseigneur Cleynhens was Pastoor-Dean of the Onze-Lieve-Vrouwe cathedral in Antwerp.

Only last week I discovered the name of Joseph Hennebicq is mentioned on one of two plaques on the first floor ("Schoon Verdiep") of the Antwerp City Hall. The below photograph of the plaque that mentions the name of Joseph Hennebicq, I found on the website www.wegwijzerwoi.be a very interesting website to look through sources relating to the commemoration of the Great War.

Plaque on the first floor of the Antwerp City Hall
( source: www.wegwijzerwoi.be )
 
 
While Joseph Hennebicq was a true hero, he was definitely not the only family member to fight in the Great War. Here are the links to previous blog posts on other veterans of that war:
 
 
 
*
 
*          *
 
 
 
 
Vandaag, op 11 november, herdenken we de honderdste verjaardag van het einde van de Grote Oorlog in België. Twee jaar geleden heb ik een blogbericht geplaatst op 11 november 2016 betreffende over-overgrootnonkel Joseph Hennebicq. In dat jaar was het honderd jaar geleden dat Joseph overleed ten gevolge van verwondingen opgedaan in de frontlinie. Joseph werd begraven in Bourbourg, Frankrijk, waar zijn graf vandaag nog steeds kan worden gevonden.
 
Op vrijdag 28 juli 1916 werd in de krant "Het Vlaamsche Nieuws" het volgende artikel gepubliceerd:
 
"Gisteren 27 juli 1916, heeft er in de St-Walburgiskerk, Volkstraat, een plechtige lijkdienst plaats gehad, ter nagedachtenis van den Heer Joseph Hennebicq, adjudant onderofficier bij de vesting schutterij, Ridder der Leopoldsorde, gesneuveld op het veld van eer, in Frankrijk, in de maand februari 1916.  
 
Het kerkje was proppensvol. Benevens vele bloedverwanten en nabestaanden van den held, werd de plechtigheid ook bijgewoond door verscheidene overheden, o.a. door de Heer gouverneur der provincie, de Heren Leclef en Ryckmans, senators, den Heer Henderickx, volksvertegenwoordiger ; de Heer Cleynhens, pastoor deken der O.-L. Vrouwkerk; den Heer De Winter, voorzitter der Rechtbank; de Heeren Heimburger en Coeckx, generaals; den Heer De Smet, commissaris van politie der 4de Wijk; den Heer Deronge, adjunkt-opziener der 4de Wijk.

De Heer Joseph Hennebicq, 33 jaar oud, was gehuwd en laat twee kinderen na. Hij was in leven politieagent d.d. klerk der 4de Wijk en stond aangetekend als een zeer oppassend, werkzaam en bekwaam bediende die eene schoone loopbaan te wachten stond. Hij wordt zeer betreurd door zijne oversten en zijne ambtgenoten. Door den Heer senator Leclef, welke ook de afwezigheid van den Heer Burgemeester De Vos verontschuldigde, werd eene gelegenheidsrede uitgesproken, welke de aanwezigen ontroerde".

Ook in het in Amsterdam uitgegeven "L'Echo Belge" werd op vrijdag 11 augustus 1916 een heel gelijkaardig artikel gepubliceerd - in het Frans:

"On vient de célébrer en l'église de Sainte-Walburge un service solennel à la mémoire de M. Joseph Hennebicq, adjudant sous-officier de l'artillerie de siège, chevalier de l'ordre de Léopold, tombé au champ d'honneur. L'église était bondée. Parmi les assistants, toutes les autorités civiles, le gouverneur de la province en tête, les sénateurs et représentants que se trouvent à Anvers, le président du tribunal de première instance, les hauts dignitaires retraités de l'armée belge, les hauts fonctionnaires de la police, etc., etc.

M. Hennebicq, qui est mort âgé de 33 ans, était marié et laisse deux enfants. Il était avant la guerre agent de police de la 4e section et l'un des membres les plus estimés et les plus capables du corps; il avait devant lui une belle carrière.

M. le sénateur Leclef, en l'absence de M. le bourgmestre, empêché d'assister à la cérémonie par son devoir de magistrat, a prononcé un discours qui a vivement ému l'assistance".

Bij de aanwezigen waren veel grote namen uit de politiek. Senator Ryckmans maakte, samen met burgemeester De Vos, twee jaar eerder nog deel uit van de delegatie die te Kontich de overgave van Antwerpen had ondertekend. De Antwerpse gouverneur Baron van de Werve de Schilde en senator Le Clef waren bij de Duitse bezetting in 1914 beiden aangehouden en uit hun ambt ontzet. Generaal Heimburger was in 1911 militair gouverneur van Luik. Monseigneur Cleynhens was dan weer Pastoor-Deken van de Onze-Lieve-Vrouwe kathedraal te Antwerpen.

Pas vorige week ontdekte ik dat de naam van Joseph Hennebicq vermeld is op één van de twee gedenkplaten die zich bevinden op het Schoon Verdiep van het Stadhuis van Antwerpen. De volgende foto van de gedenkplaat waarop de naam van Joseph Hennebicq wordt vermeld, vond ik op de website www.wegwijzerwoi.be een bijzonder interessante website om te zoeken tussen bronnen betreffende de herdenking van de Grote Oorlog.

Gedenkplaat op het Schoon Verdiep van het Stadhuis van Antwerpen
( bron: www.wegwijzerwoi.be )



Hoewel Joseph Hennebicq een echte held was, was hij zeker niet het enige familielid dat heeft gevochten in de Grote Oorlog. Hier zijn de links naar de blogberichten betreffende andere veteranen uit die oorlog:
 

Saturday, May 19, 2018

Letter from great-great grandmother Joanna (March 31st, 1918)


On the last day of Women's History Month, I want to share a letter written by my great-great grandmother, Joanna De Lelie, from a German prisoner camp, today exactly a hundred years ago...

In 1918, the 31st of March was Easter Sunday. Earlier that year, President Woodrow Wilson had given a speech before Congress, outlining fourteen points to be used for peace negotiations. As the 7th point he stated:  "Belgium, the whole world will agree, must be evacuated and restored, without any attempt to limit the sovereignty which she enjoys in common with all other free nations. No other single act will serve as this will serve to restore confidence among the nations in the laws which they have themselves set and determined for the government of their relations with one another. Without this healing act the whole structure and validity of international law is forever impaired".

This fourteen Points speech was partly inspired on a note written by Pope Benedict in August 1917.  In the book "The Modern Papacy, 1798 - 1995" by Frank Coppa is stated that the New York Times reported that, in his Easter message to the United States of May 1918, Pope Benedict expressed the hope for a lasting settlement and the creation of a new organization of peoples and nations aspiring to be a nobler, purer and kinder civilization.

This desire for peace lived very strongly amongst the Belgian population. Newspapers dedicated many articles to praising peace. Also in the letters written by great-great grandmother Joanna, this hope and desire very clearly surfaces. 


Great-great grandmother Joanna De Lelie


She was arrested as she had been smuggling mail for the Belgian army and, after detention in an Antwerp prison, was deported to a German prisoner camp. The family, and particularly Joanna's sisters, took over the care over her three children.




31 - 3 - 1918



My dearest children, father and sisters and family, I am still in the best of health and hope for you all the same as I'm trying to stay brave and patient. I do think a lot about my children. Now it is Easter and then the first communion of my dear little son. It is sad, but they are being well taken care of by our Josephine. Father, do they sometimes ask about me? I think they do. And sisters, I have received two packages in total, from the city and from the Red Cross, but I do receive only little news from all of you. I have so many sisters and family, and you all have my adress, right? Not that they have to send anything other than courage and patience. The last day will come and then we will celebrate a wonderful Easter. So father, take good care of your health and my sisters and children too en my greetings to Netje and Mother Vin.



The day of freedom is near.

Your daughter, Netje



*
*    *



Op de laatste dag van Women's History Month had ik een brief willen delen die mijn over-overgrootmoeder, Joanna De Lelie schreef vanuit een Duits gevangenenkamp, vandaag exact honderd jaar geleden...

Op 31 maart 1918 was het Pasen. Eerder dat jaar had President Woodrow Wilson in een toespraak voor het Congres, veertien punten aangehaald die konden worden gebruikt als basis voor vredesonderhandelingen. Als 7de punt stelde hij: "De hele wereld zal ermee instemmen, dat België moet worden ontruimd en heropgebouwd, zonder enige poging om haar soevereiniteit te beperken die het zoals alle andere vrije naties geniet. Geen enkele andere handeling zal dienen, zoals dit zou dienen, om het vertrouwen van de naties te herstellen in de wetten die ze voor zichzelf hebben vooropgesteld en bepaald voor het onderhouden van hun onderlinge relaties. Zonder deze helende handeling, is de hele structuur en geldigheid van internationaal recht, voorgoed aangetast".


Deze veertien punten toespraak was deels gebaseerd op een brief van Paus Benedictus van augustus 1917. In het boek "The Modern Papacy, 1798 - 1995" van Frank Coppa wordt gesteld dat The New York Times schreef dat Paus Benedictus in zijn Paasboodschap van mei 1918 aan de Verenigde Staten zijn hoop uitdrukte op een blijvende schikking en de creatie van een nieuwe organisatie van volken en naties "die nastreven een meer nobele, een meer pure en een meer vredelievende beschaving te zijn".

Dit verlangen naar vrede leefde bijzonder sterk bij de Belgische bevolking. In kranten werden veel artikels besteed aan lofzangen voor vrede. Ook in de brieven van betovergrootmoeder Joanna, komt deze hoop, dit verlangen steeds weer overduidelijk naar boven. 


Betovergrootmoeder Joanna De Lelie

Zij werd gearresteerd omwille van brievensmokkel voor het Belgische leger en na een tijd opsluiting in de gevangenis van Antwerpen, weggevoerd naar een Duits gevangenenkamp. De zorg voor haar drie kinderen nam de familie op zich; voornamelijk de zussen van Joanna.




31 - 3 - 1918

Allerliefste kinderen, vader en zusters en familie, ik ben nog altijd in de beste gezondheid en hoop van u allen het zelfde zoals ik moedig en geduldig tracht te blijven. Ik denk wel veel aan mijn kinderen. Nu is het Pasen en dan de eerste communie van mijn lief zoontje. Het is wel droevig, maar ze worden goed verzorgd door ons Josephine. Vader, vragen ze soms naar mij? Ik denk van wel. En zusters, ik heb nu in totaal twee pakjes ontvangen van het stad en van het Rode Kruis, maar ik krijg weinig nieuws van u allen. Ik heb zo veel zusters en familie, en jullie hebben toch allemaal mijn adres? Niet dat zij iets moeten zenden, enkel moed en geduld. De laatste dag zal komen en dan zullen wij een zalige Pasen vieren. Dus vader, zorg goed voor uw gezondheid en mijn zusters en kinderen ook en veel beste wensen aan Netje en aan Moeder Vin.
Den dag van vrijheid is nabij.
Uw dochter, Netje

Monday, February 13, 2017

The hospital wedding (1875)

I already mentioned in another blog post that great grand uncle Joseph Brusten got married in 1903 on his death bed, in a hospital. Tragically he already died that very same day. Now Joseph was not the only family member to get married in the hospital. In fact, also my 3-times great-grandparents Josephus De Lelie and Joanna Gelens got married in an Antwerp hospital, as early as 1875.

Josephus, who was a coachman by trade, and Joanna had a son, Petrus, who was born in 1873. While Petrus was born out of wedlock, he did get his father's last name at birth.

In January 1875, when Petrus was only a year and four months old, his dad got very sick. Josephus was now a cigar maker by trade, while Joanna was a seamstress. Two doctors diagnosed him with Phtisis, which is a form of tuberculosis. Due to the life threathening condition he was in, the Senior Crown prosecutor granted permission for Josephus and Joanna to get married and waived the publication requirement.

The picture bellow shows the medical attestation made by doctors Bessems and Schaeffer stating that Josephus was in a life threathening situation and that he was being treated for Phtisis.


Medical attestation by Dr. J. Bessems and Dr. M. Schaeffer


Josephus and Joanna did get married in the hospital with several family members attending. The marriage was conducted by politician and town councillor, Arthur Van Den Nest, who later founded an institute aimed at treating and figthing tuberculosis.


Marriage certificate of Josephus and Joanna


Josephus did survive his illness and he and his wife eventually had eight children together. Most of them grew into adulthood, however, one daughter, Charlotta, only lived to become two years of age and passed away in 1880.

Eventually Josephus lived to become seventy years old. He died during the Great War, in February 1918. His wife, Joanna, had passed away in January 1893 already at the age of 41.



*
*     *




Ik vermelde reeds in een eerder blogbericht dat overgrootnonkel Joseph Brusten in 1903 huwde op zijn sterfbed, in een ziekenhuis. Tragisch genoeg overleed hij nog op zijn huwelijksdag. Joseph was echter niet het enige familielid dat huwde in het ziekenhuis. In feite trouwden ook mijn over-over-overgrootouders Josephus De Lelie en Joanna Gelens in een Antwerps ziekenhuis in 1875.

Josephus, die koetsier was van beroep, en Joanna hadden een zoon, Petrus, die was geboren in 1873. Hoewel zijn ouders nog niet getrouwd waren kreeg Petrus bij zijn geboorte toch al de familienaam van zijn vader mee.

In januari 1875, wanneer Petrus nog maar een jaar en vier maanden oud was, werd zijn vader erg ziek. Josephus was nu een sigarenmaker van beroep, terwijl Joanna naaister was. Twee dokters stelden vast dat Josephus aan Phtisis leed, wat een vorm van tuberculose is. Door de levensbedreigende situatie gaf de Procureur des Konings toestemming om te trouwen zonder aanplakkingsplicht.

De afbeelding hier onder toont het medisch attest opgesteld door dokters Bessems en Schaeffer waarin de levensbedreigende situatie wordt vermeld.


Medisch attest door Dr. J. Bessems en Dr. M. Schaeffer


Josephus en Joanna huwden in het ziekenhuis in het bijzijn van verscheidene familieleden. het huwelijk werd voltrokken door politieker en schepen, Arthur Van Den Nest, die later een instituut oprichtte ter behandeling en bestrijding van tuberculose.


Huwelijksakte van Josephus en Joanna


Josephus overleefde zijn ziekte en hij en zijn vrouw kregen uiteindelijk acht kinderen. De meeste van die kinderen werden ook volwassen, behalve één dochter, Charlotta, die reeds op tweejarige leeftijd overleed in 1880.

Uiteindelijk werd Josephus zeventig jaar oud. Hij overleed tijdens de Grote Oorlog, in februari 1918. Zijn vrouw, Joanna, was reeds gestorven in januari 1893 op de leeftijd van 41 jaar.

Thursday, January 5, 2017

Tragedy in the 1930's - Great grandparents Maria and Michael


Great-grandparents Maria and Michael with their daughter Sophia


My great-grandfather Michael Servaes was born on the cold, but sunny winter morning of January 22, 1906 in the Belgian village of Hove to a day laborer named Joseph Servaes and his wife Anna Lambrechts. Joseph and Anna had a very large family of sixteen children living into adulthood.
 
Great-grandmother Maria Bruyns was born three years later on the cold New Year's Day of 1909 in the Belgian village of Puurs, the second of five children of a railroad worker called Louis Bruyns and his wife Sophia Cappaert. More information on Sophia Cappaert can be found in a previous blog post about her.
 
During the Great War both Maria and Michael were still very young. No doubt the Great War must have had a serious impact on their family life as from the very beginning. On October 3, 1914 Belgian troops demolished the tower from the church of Michael's home village as well as the only wind mill in that village. Only three days later, on October 6, 1914, the German Army started shooting the villages of Hove and Lint on their way to Antwerp.
 
Without any doubt, similar scenes occured in the home village of Maria, due to the proximity of Fort  Liezele and Fort Breendonk, both fortifications making part of the second ring of defenses built by the Belgian Army to defend the port city of Antwerp. The village of Liezele was burnt down completely by the Belgian Army, while the nearby village of Blaasveld was heavily bombed by German troops.
 
Great grandfather Michael Servaes
 
A few years after the war, Michael started working as a factory laborer in the company L. Gevaert & Cie in the village of Mortsel, which was a company manufacturing X-ray plates, photographic paper and film products.
 
Maria and Michael got married in 1929 in the village of Mortsel and later that year my grandmother Sophia Servaes was born. The young family lived in Mortsel and nine years later, Maria gave birth to a boy named Laurent. Regrettably, 16 days after giving birth, Maria died, aged 29, on May 31, 1938 leaving Michael with the care of their two children.
 
 

Great grandmother Maria Bruyns

On her obituary Maria was described as an intelligent, sincere and hard working woman, that took good care of her children.
 
Tragically Michael got sick and died less than a year after Maria on May 14, 1939 at the age of 33. Before she reached the age of ten, my grandmother had lost both her parents. According to an account by my grandmother, her father suffered from stomach cancer and died during an operation.

I do remember her smiling affectionately as she told me that her dad would wear his hat most of the time when he went out the house.

Although they did not live to be very old, Maria and Michael were never forgotten...
 
 
 
 
 
 
 
 
*
*    *
 
 
 
 
 
 

Overgrootouders Maria en Michael met hun dochter Sophia


Mijn overgrootvader, Michael Servaes, werd geboren op de koude, maar zonnige winterochtend van 22 januari 1906 in het Belgische dorp Hove. Zijn vader was een dagwerker die Joseph Servaes heette en zijn moeder noemde Anna Lambrechts. Joseph en Anna hadden een erg groot gezin met zestien kinderen die uiteindelijk volwassen zijn geworden.
 
Overgrootmoeder Maria Bruyns werd drie jaar later geboren op de koude nieuwjaarsdag van 1909 in het Belgisch dorp Puurs als tweede van vijf kinderen van een spoorwegarbeider Louis Bruyns en zijn vrouw Sophia Cappaert. Meer informatie over Sophia Cappaert is te vinden in een eerder blogbericht.
 
Tijdens de Grote Oorlog waren zowel Maria als Michael nog erg jong. Ongetwijfeld had de oorlog echter een grote impact op hun dagelijks leven vanaf het prille begin ervan. Op 3 oktober 1914 vernietigden Belgische troepen de kerkspits in Hove, het thuisdorp van Michael, evenals de enige windmolen die in datzelfde dorp stond. Slechts drie dagen later, op 6 oktober 1914, voerde het Duitse leger beschietingen uit op de dorpen Hove en Lint tijdens hun tocht naar het meer noordelijk gelegen Antwerpen.
 
Ongetwijfeld deden zich gelijkaardige scenario's voor in het thuisdorp van Maria, door de nabijheid van het Fort  Liezele en het Fort Breendonk. Beide forten maakten deel uit van de tweede verdedigingsring gebouwd door het Belgisch leger ter verdediging van de havenstad Antwerpen. Het dorp Liezele werd door het Belgisch leger platgebrand, terwijl het nabijgelegen dorp Blaasveld zwaar beschoten werd door Duitse troepen.
 
Overgrootvader Michael Servaes
 
Enkele jaren na de oorlog begon Michael als fabrieksarbeider te werken in het bedrijf L. Gevaert & Cie te Mortsel. Door dat bedrijf werden platen voor röntgenfoto's vervaardigd, evenals fotografisch papier en filmproducten.
 
Maria en Michael huwden in 1929 in Mortsel en later dat jaar werd mijn grootmoeder Sophia Servaes geboren. Het jonge gezin woonde in Mortsel en negen jaar later schonk Maria het leven aan een tweede kind, deze keer een jongen die de naam Laurent kreeg. Spijtig genoeg overleed Maria 16 dagen na de bevalling op de leeftijd van 29 jaar op 31 mei 1938 waardoor Michael de zorg kreeg over de twee kinderen.
 
 

Overgrootmoeder Maria Bruyns

Op haar doodsprentje werd Maria beschreven als een verstandige vrouw die oprecht was en een werkzame moeder.
 
Tragisch genoeg werd Michael ziek en overleed ook hij, minder dan een jaar na Maria op 14 mei 1939 op de leeftijd van 33 jaar. Nog voor ze de leeftijd van tien jaar had bereikt, had mijn grootmoeder al afscheid moeten nemen van haar beide ouders. Volgens mijn grootmoeder had haar vader maagkanker en overleed hij uiteindelijk tijdens een operatie.

Ik herinner me wel haar vertederde blik als ze me vertelde dat haar vader meestal een hoed droeg wanneer hij zich naar buiten begaf.

Ook al werden ze niet oud, Maria en Michael werden nooit vergeten...
 

Thursday, November 10, 2016

Warrant Officer Joseph Hennebicq (1916) - Part 1


Today, November 11, is Armistice Day in Belgium, marking the ending of the Great War. That's why I decided to write one more blog post relating to yet another relative who fought in the Great War, my great-great grand uncle Joseph Hennebicq.
Joseph was born in the city of Antwerp on October 6, 1883 to Maria Jansegers. No father was mentioned on the birth certificate and Joseph carried the Jansegers last name. In 1888, when Joseph was five years old, Maria married a Warchin native named Antoine Hennebicq. On the marriage certificate is mentioned that Antoine officially recognized the child as his own. At that time, Joseph's last name was changed to Hennebicq.

Shortly before Joseph turned seven, in September 1890, Maria and Antoine had a second child. Another son they called Fernand and who is my great-great grandfather. During those days father Antoine was working as a white collar at the national railroad company in Antwerp.

In 1905, when Joseph was twenty two years old, his father died being just 43 years old. Other than that Joseph got married to a woman named Anna De Keersmaker, I don't have a lot of information about his personal life.

While being in the Army, Joseph climbed up to the rank of Warrant Officer (Adjudant).

In January 1916, Joseph was in charge of works being performed by his plattoon at the cemetery of Poelkappelle in Belgium. As they were busy burrying fallen fellow soldiers, a German grenade exploded and Joseph got wounded. Despite his condition, immediately after having been under fire, Joseph had the works continued and only returned back to the base after he had made sure that al works had been conducted as scheduled.

For this show of "courage and persistance" being in charge of a team performing works while under enemy attack Joseph was awarded the title of Knight in the Order of Leopold II and a War Cross.

He was taken to the military hospital Sint Rijckers on January 31, 1916. Because of the pieces of shred metal that had wounded him, Joseph got Tetanus (or "Lock jaw"). It was this complication that eventually resulted in Joseph's death a little over two weeks later, on February 10, 1916.

Joseph was burried at a plot for fallen Belgian soldiers at the municipal cemetery of Bourbourg in France, where his grave marker can still be found today, a hundred years after the facts.

Grave of Adj. Joseph Hennebicq in Bourbourg, France

Belgian military plot at municipal cemetery of Bourbourg, France